Waarom woonzorgcentra niet in handen van winstbedrijven horen

Er is iets grondig mis met de manier waarop we in dit land met ouderenzorg omgaan. Ik merk het aan mezelf: hoe ouder ik word, hoe vaker ik nadenk over rusthuizen. Niet omdat ik ernaar uitkijk — integendeel — maar omdat ik bang ben om ooit in zo’n instelling terecht te komen. En dan lees ik dat de Orelia-groep in financiële problemen zit.
Een woonzorggroep die tegelijk biervaten produceert, augurken verwerkt, domotica verkoopt en via een technologiebedrijf geld laat wegstromen uit woonzorgcentra. Hoe kan dit in hemelsnaam?
De eigenaars verkochten hun vorige groep, Armonea, voor 64 miljoen euro. Dat zegt genoeg over waar de prioriteiten liggen.

Vandaag volg ik het debat in het Vlaams Parlement over mogelijke besparingen, en hoor ik de minister van Welzijn en Armoedebestrijding benadrukken dat “de mensen van het sociaal en zorgondernemerschap zich geen zorgen moeten maken”. Alsof dát de prioriteit is. Alsof het belangrijkste is dat ondernemers gerustgesteld worden, in plaats van eerst te controleren of ze wel volgens de juiste spelregels werken.

Laten we eerlijk zijn: ouderenzorg is geen markt. Het mag geen markt zijn. Het gaat om mensen die volledig afhankelijk zijn van anderen voor hun veiligheid, gezondheid en waardigheid. In zo’n context hoort winst geen drijfveer te zijn. Punt.
Daarom is het perfect verdedigbaar dat woonzorgcentra enkel door vzw’s zouden worden uitgebaat.. Organisaties die verplicht zijn om elke euro opnieuw in de zorg te investeren. Geen exotische constructies, geen geldstromen naar zusterbedrijven, geen bestuurders die vanuit Mauritius bepalen hoeveel een bed mag kosten.

De overheid laat dit al jaren ontsporen. Wie een horecazaak opent, krijgt inspecties tot op het etiket in de koelkast. Wie een sociale woning aanvraagt, moet elke cent verantwoorden. Studenten die een paar dagen te veel verlof hebben? Meteen ingrijpen. Volwassenonderwijs? Kapot besparen.
Maar zodra het over rusthuizen gaat, wordt alles vaag. En dat vage wordt dan ook nog eens amper gecontroleerd.

  • Personeelsnorm: 0,6 VTE per bewoner. Hoeveel verpleegkundigen? Tja, voldoende.
  • Bestuurderslonen? Ze bepalen het zelf.
  • Geldstromen naar verbonden ondernemingen? De fiscus kan wat morren, maar verder: doe maar.
  • Vastgoedconstructies, sale-and-lease-back, torenhoge huurprijzen? Doe maar.
  • Dagprijzen en supplementen? Er zijn regels, maar hoeveel het mag kosten? Ach, doe maar.

En dan kondigt de overheid doodleuk 30 miljoen besparingen aan in de ouderenzorg. Niet alleen onsympathiek, maar ronduit gevaarlijk. De grote woonzorggroepen zullen dit gebruiken als excuus om hun toch al buitensporige prijzen nóg verder op te drijven.

Ik wil er niet terechtkomen. Maar het is wraakroepend dat mensen die er wél terechtkomen financieel leeggezogen worden, terwijl de overheid geen tijd lijkt te hebben om dit aan te pakken.
Misschien wat minder energie steken in flitspalen en dopjes op flessen, en wat meer in het beschermen van onze ouderen. Want zorg is een recht geen verdienmodel.

Oud zijn is kassa
Zorg verpakt als rendement
Mens telt hier niet me
e

Related posts

Leave the first comment