Je wordt wakker en plots is het zover. 70.
Geen waarschuwing, geen voorbereiding—gewoon een getal dat ineens zwaarder weegt dan alle vorige samen. Mensen feliciteren je, lachen, heffen een glas. Maar ergens wringt er iets. Is dit nu een mijlpaal om te vieren, of een spiegel waar je liever niet te lang in kijkt?
En dus kwam de vraag vanzelf: moet ik hier een feest voor geven?
Het lijkt bijna vanzelfsprekend.
70, dat vier je. Met familie, vrienden, taart, misschien zelfs een zaaltje. Alsof het hoort. Alsof het moet. Maar hoe meer ik erover nadacht, hoe minder het goed voelde.
Misschien omdat het geen gewoon jaar is.
Er zijn jaren geweest die anders wogen. Zwaarder. Met momenten die je niet kiest en waar je toch door moet. Gezondheid die niet vanzelfsprekend bleek. Woorden die je liever nooit hoort. En toch sta je hier.
En dat verandert iets.
Je kijkt anders. Niet alleen naar wat voorbij is, maar vooral naar wat er nog wél is.
Kinderen. Kleinkinderen. Mensen rond je die er echt toe doen. En een relatie die goed zit, die je doet glimlachen en lachen. Rustiger misschien, maar daarom niet minder waardevol.
Dat is geen vanzelfsprekendheid. Dat is geluk.
Misschien is dat ook waarom een groot feest niet paste.
Omdat dit geen moment is om luid te vieren, maar om stil te beseffen. Dat je er nog bent. Dat je nog kan genieten. Dat “later” geen belofte is, maar iets waar je vandaag al voorzichtig mee moet omgaan.
Geen feest dus. Niet nu.
Maar wie weet…
Misschien op 71. Of 72.
Een beetje minder volgens de regels, een beetje minder zoals het hoort. Maar misschien net daarom beter. Omdat het dan gewoon een reden is om samen te zijn—zonder dat ronde getal dat alles zo beladen maakt.
70 dus.
Geen groot feest, geen luid moment.
Maar wel iets dat dieper zit.
En eerlijk?
Ik ben vooral blij dat ik het kan meemaken.
Kleine vreugde blijft
Warmte in elke dag nog
Leven smaakt nog zoet


