Ik had het kunnen weten. De tekenen waren er. De buurman is verslaafd. Zwaar. Niet aan iets klassieks — geen drank, geen pillen — maar aan het grommende monster met slang en lans: de hogedrukreiniger.
Zijn ogen glinsteren, zijn grip is strak, zijn concentratie is die van een chirurg met vakantie. Of het een Kärcher, Nilfisk, Vonroc of Bosch is? Geen idee. Maar lawaai maakt hij — en volgens de buurman moet dat. 110 bar is voor watjes. Hij zit duidelijk in de hogere drukregionen.
Het begon onschuldig: voorzichtig de auto afspuiten. Daarna kwamen de auto’s van de kennissen erbij. Zondagvermaak, tot ik liet verstaan dat mijn zondagsrust geen hogedrukprogramma bevat. De kennissen verdwenen. Het geluid verstomde. Was hij… afgekickt?
Tot de zon terugkwam. En met de zon: het motorgeronk. Water spatte alle kanten op. In opperste extase ging hij centimeter per centimeter over een auto. Elk stukje metaal kreeg minutenlang een hogedrukmassage. Spons en zeep? Overbodige rommel voor amateurs.
En 24 uur later was het alweer prijs. De nevel waaide over mijn oprit. En daar stond hij: als een god op het dak, benen gespreid, lichtjes voorovergebogen, de lans als een scepter in de hand. De oranje luifel kreeg een behandeling waar menig wellnesscentrum jaloers op zou zijn. Het genot was zichtbaar.
Een onschuldige verslaving misschien. Behalve voor de buren. En de waterfactuur.
Verslaving spat los
Watermist als ochtenddroom
Dakgoten beven


