Je vraagt geen groots leven —
wat rust, eens een reisje, een stad zien.
Geen klagen over controles, scans,
uitzaaiingen die stilletjes terrein winnen.
Zolang ze je niet opnieuw opensnijden,
ben je al “content”.
Ben je dan lastig?
Maar soms kantelt het.
Een citytrip? Vergeet het.
Stappen lukt niet meer.
Vier jaar geleden ging het “wel over” — ja hoor.
Fietsen ging niet meer, dus werd het wandelen.
Dat gaat nu ook niet.
Dan maar binnen zitten.
Keuze is een groot woord.
Een stoel aan het fornuis
om te kunnen koken —
dat is het nieuwe normaal.
Dat is er wat veel aan.
Geknelde zenuw
Elke stap een onderhandeling
Keuken wordt bergpad
En dan de kliniek.
Drie keer bellen voor ze opnemen.
Een maand wachten.
Vijf minuten consult
om te herhalen wat al in hun dossier staat.
Vervolg?
“We zien wel.”
Nog een maand later
misschien iets proberen.
Je zou bijna denken
dat “pijn” daar gewoon
een administratieve term is.
Alsof het pas echt telt
wanneer het in een vakje past.
Ja.
Dat is er wat veel aan.
Gang van het systeem
Pijn wacht netjes op een beurt
Stoel blijft mijn wereld


